Appèl van de Stichting Werelderfgoed Nederland

Appèl van de Stichting Werelderfgoed Nederland

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn belangrijke partners voor de Stichting Werelderfgoed Nederland. We werken dan ook al lang en goed samen. De Stichting constateert dat een aantal zaken de kracht en macht van onze Stichting te boven gaan vandaar dat deze samenwerking ook in de toekomst noodzakelijk blijft. Deze zaken of ontwikkelingen waar de werelderfgoederen tegen aan lopen staan niet op zichzelf. Onlangs is er een brief naar de Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Bussemaker, gegaan om ons Appèl te laten horen.

Dat alertheid en aandacht voor werelderfgoederen geboden is, is recent nog eens onderstreept door de brief van de directeur van het UNESCO Werelderfgoedcentrum te Parijs (UNESCO; CL/WHC-16/22) aan alle werelderfgoederen wereldwijd. Zij constateert dat het werelderfgoed in toenemende mate wordt bedreigd, onder meer door ruimtelijke ontwikkelingen of klimaatverandering.

Als Stichting willen wij graag specifieke aandacht vragen voor vier zaken:

    1)  Borging van de bescherming van het werelderfgoed in beleid;
    2)  Draagvlak voor en bewustwording van het werelderfgoed;
    3)  Ontwikkelingen in en rondom het werelderfgoed;
    4)  Onderhoud van het werelderfgoed.

1) Borging van de bescherming van het werelderfgoed in beleid;
Het werelderfgoed in Nederland is volgens de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van nationaal belang vanwege de grote waarde en aantrekkingskracht die het heeft. Het is essentieel dat de bescherming van die unieke uitzonderlijke waarde verankerd blijft in nieuw rijksbeleid zoals in de nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de nieuwe erfgoednota ‘Erfgoed telt’.
Wij pleiten ervoor de door UNESCO vastgestelde uitzonderlijke waarde en de bescherming van het Nederlands werelderfgoed in nieuw nationaal beleid over te nemen en worden graag actief bij de beleidsvorming betrokken.
De Stichting zal, met de gemeenten en provincies waarin de werelderfgoederen zijn gelegen, voortvarend aan de slag gaan om die borging ook door te voeren in de relevante regionale en lokale plannen.

2) Draagvlak voor en bewustwording van het werelderfgoed;
Vanuit de universele waarden werken de Nederlandse werelderfgoederen gezamenlijk, in een unieke samenwerking, aan het ontsluiten ervan. De rijksoverheid is hierin een belangrijke partner. De afgelopen jaren is er dankzij het programma Visie Erfgoed en Ruimte van het Rijk extra geïnvesteerd in de werelderfgoederen. Draagvlak hiervoor blijft een continue inzet vergen.
De Stichting kan dit niet alleen en zoekt samenwerking met diverse partijen. Essentieel hiervoor blijft de continuering van een Rijksbijdrage aan de taakstelling van de Stichting.

3) Ontwikkelingen in en rondom het werelderfgoed;
De Stichting ervaart de spanning tussen het behouden van de unieke universele waarden en de noodzaak van een ontwikkelingsgerichte aanpak. Het gaat hierbij om zaken als duurzaam toerisme bij toenemende druk op het erfgoed en de bezoekersfaciliteiten, en vragen hoe tegemoet te komen aan eisen m.b.t. de energie transitie (o.a. windmolenparken, zonne-energie).
De Stichting vraagt hiervoor van de rijksoverheid beleid dat verzekert dat bij ontwikkelingen in en rond werelderfgoederen de unieke waarde leidend is. De Stichting vraagt actieve medewerking van het Rijk voor de werelderfgoederen als het gaat om behoud door ontwikkeling.
De Stichting is verheugd met de toezegging van de Minister van I&M in de Tweede Kamer dd. 24 juni 2015 (kamerstuk 33962) dat zij een onderzoek start naar de mogelijk negatieve gevolgen van vergunning vrije bouwactiviteiten op Nederlandse werelderfgoederen. De Stichting biedt aan te participeren in dit onderzoek door praktijkinformatie aan te dragen.

4) Onderhoud van het werelderfgoed;
Het werelderfgoed is het visitekaartje van Nederland; iconen van internationale waarde. Het instandhouden van het werelderfgoed is van (inter)nationaal belang. Volgens de Werelderfgoedconventie wordt de Nederlandse Staat ook aangesproken op deze aangegane verplichting.
De Stichting spant zich in om een adequaat beheer te voeren om het erfgoed in stand te houden. Maar vanwege de speciale status van het werelderfgoed is een normale business-case niet altijd mogelijk. Om de uitzonderlijke universele waarde te behouden, moet de beheerder van een werelderfgoed zich beperkingen opleggen. Ook zijn er ontwikkelingen die de capaciteiten en de grenzen van de siteholder te boven gaan. Hierbij valt te denken aan groot onderhoud van monumenten, ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van een werelderfgoed met (visuele) impact op de uitzonderlijke waarde, waterpeilveranderingen of de effecten van klimaatsverandering.
De Stichting vraagt om erkenning van het Rijk dat niet altijd alle lasten van het onderhoud door de siteholder van een werelderfgoed gedragen kunnen worden en vraagt een continuering van fiscale tegemoetkomingen voor monumentenonderhoud en een garantstelling dat in die gevallen het Rijk haar verantwoordelijkheid neemt.

Stichting Werelderfgoed Nederland is zich bewust van haar unieke taak en positie. Zij is trots op de werelderfgoederen die van ieder van ons zijn. Wij doen een appèl op iedereen om die gezamenlijke verantwoordelijkheid mede te dragen, zodat wij de werelderfgoederen in goede staat over kunnen dragen aan toekomstige generaties!