
De Stelling in historisch perspectief
In de loop van de eeuwen zijn vele verdedigingswerken gemaakt om het aanvallers moeilijk te maken bepaalde gebieden te veroveren, waarbij voor Nederland vanouds het water als hulpmiddel een belangrijke rol speelde. Door grote, aaneengesloten poldergebieden bewust onder water te zetten (inundatie), dachten de Hollanders niet alleen een goedkoop, maar ook doeltreffend middel te bezitten om een vijandelijke opmars tegen te kunnen houden. Uiteraard kon niet alles onder water worden gezet. Hier en daar lagen ‘accessen’, stroken hooggelegen grond en dijken, die een aanvaller de kans boden door te breken. Op die plaatsen legde men versterkingen aan. In de 17de en 18de eeuw waren dit veelal aarden wallen, de zgn. schansen, waarachter in tijden van gevaar soldaten en geschut werden opgesteld om het desbetreffende gebied te verdedigen. Later - in de 19e eeuw - werden er op droog gebleven gebieden forten gebouwd.
Al tijdens de Nederlandse opstand tegen Spanje (Tachtigjarige Oorlog 1568–1648) werd gebruik gemaakt van onderwaterzetting als krijgsmiddel. Er zijn steden mee ontzet (Leiden, 1574) of tot overgave gedwongen ('s-Hertogenbosch, 1629). Door prins Maurits en later Frederik Hendrik werd een verdedigingsplan ontwikkeld om Holland te beschermen, waaruit in 1672 de Hollandse Waterlinie ontstond. In dat jaar viel Frankrijk ons land binnen. Door vanaf de Zuiderzee bij Muiden, via de Vecht en langs Woerden tot voorbij Heusden aan de Maas al het land onder water te zetten, kon voorkomen worden dat Franse troepen Holland veroverden. Ruim 120 jaar later, in de strenge winter van 1794-1795, toen zelfs de grote rivieren dichtvroren, lukte dit de Fransen wel. In 1805, toen Frankrijk in conflict was met Engeland en er oorlog dreigde met Pruisen, werd begonnen met de aanleg van een verdedigingslinie rond Amsterdam onder leiding van Cornelius Krayenhoff, een bekend fortificatie-specialist uit die tijd. Deze ‘Posten van Krayenhoff’ waren de voorloper van de huidige Stelling van Amsterdam.
De ontwikkeling van steeds moderner, verreikend geschut leidde ertoe, dat na 1860 de oude linie van Krayenhoff niet langer veilig was. Het bleek noodzakelijk een nieuwe, verder van de hoofdstad af gelegen, verdedigingslinie aan te leggen. In de Vestingwet van 1874 werd als onderdeel van een nieuwe landsverdediging ook de nog te bouwen Stelling van Amsterdam opgenomen.