Stuur deze pagina door naar
een vriend of vriendin.
Sluiten
  Je naam:
  Je E-mailadres:
  Naam ontvanger:
  E-mail onvanger:
   
 
Home | Contact | Veel gestelde vragen | Sitemap | Disclaimer |This page in English
Geschiedenis

Pure vorm
1918 was een belangrijk jaar voor Rietveld. Hij had inmiddels zijn eigen meubelwerkplaats opgericht. Hij werd een van de medewerkers van 'De Stijl' (opgericht 1917), een tijdschrift onder redactie van Theo van Doesburg. De kunstenaars van 'De Stijl' stonden een universele kunst voor, met een hang naar zuiverheid. De kunst moest abstract zijn, zich alleen van rechte lijnen bedienen en slechts de kleuren rood, geel en blauw gebruiken. De écht pure vorm zou bestaan uit strakke lijnen en deze zuivere, primaire kleuren, die de ruimtelijke werking van het ontwerp benadrukten.

Opdracht
Rietveld leerde Truus Schröder-Schräder kennen in de tijd dat hij in de werkplaats van zijn vader werkte. Hij verbouwde een kamer in het statige Utrechtse herenhuis waar zij met haar echtgenoot en kinderen leefde. Rietveld zorgde dat de ruimte aan haar persoonlijke wensen voldeed. In 1923, nadat haar man was overleden, vroeg zij Rietveld een woning voor haar en haar kinderen te ontwerpen met een woonruimte op de verdieping. Haar inbreng is mede bepalend geweest voor het uiteindelijke resultaat van het Rietveld Schröderhuis. De opdracht gaf Rietveld de kans om zijn ideeën over wonen vorm te geven.

Actief wonen
Traditionele huizen leiden tot een passieve levenshouding, zo meende Rietveld. Hij wilde dat wonen een bewuste daad was. Deze overtuiging ligt ten grondslag aan de inrichting van het Rietveld Schröderhuis. Wat de bewoonster ook wilde - baden, slapen, koken - ze moest er steeds bij nadenken en er iets voor doen: de badkamer creëren door het openvouwen van een wand, de bedbank opmaken, de tafel uitklappen. Zoals Rietvelds Rood-blauwe stoel, een manifest is van het actieve zitten ('zitten is een werkwoord') is het Rietveld Schröderhuis een manifest van bewust en actief wonen. Truus Schröder-Schräder leefde er van 1924 tot aan haar dood, in 1985.

Restauratie
In de periode 1974-1987 vond een gefaseerde restauratie plaats. Eerst kwam het exterieur aan bod (1974), daarna de tuin en het hekwerk (1983). Pas na het overlijden van mevrouw Schröder-Schräder werd begonnen met restauratie van het interieur van het huis (1986-1987). Bij de restauratie werd voor het overgrote deel teruggegrepen op de oorspronkelijke ontwerpen, foto's en andere gegevens. Maar ook een deel van de later aangebrachte wijzigingen werd gerespecteerd, zoals een badkuip uit 1936.