Ketels, cilinders, vliegwielen en pompen
Het gemaal werd uitgerust met vier stoommachines van het zogenoemde horizontale tandem-compoundtype. Hierin wordt de afgewerkte stoom uit de eerste cilinder - met hoge druk - gebruikt als voeding voor een tweede cilinder - met lagere druk - op dezelfde zuigerstang. De vier machines zijn voorzien van grote, opvallende vliegwielen en horizontaal liggende cilinders en zuigerstangen. Ze werken op oververhitte stoom van 310 graad Celsius, bij 14 atmosfeer overdruk.
De machines werken twee aan twee in tegengestelde richting. De benodigde stoom werd tot 1955 geleverd door zes met steenkool gestookte ketels. De twee aan twee gebouwde ketels waren van het gecombineerde stelsel, met zogenoemde vlampijpketels boven en Lancashireketels daaronder. In 1955 zijn deze ketels vervangen door vier ketels van Werkspoor, die in 1967 zijn omgebouwd voor olie als brandstof. De vier stoommachines drijven elk twee onderslagcentrifugaalpompen aan. Deze 'Jaffapompen' (genoemd naar de fabrikant) zijn samengesteld uit vlakke en gebogen plaatijzeren segmenten. Ze zijn in lijn met de vier vliegwielen opgesteld en stralen gezamenlijk hiermee een enorme kracht uit. Gemeenschappelijk zijn de machines in staat 4000 m3 (4.000.000 liter) water per minuut te lozen bij een opvoerhoogte van 1 meter.