Vanaf omstreeks 1660 kwam de handel in slaven op. Willemstad werd een centrum van de handel in Afrikaanse slaven voor heel Amerika, maar een deel van hen werd ook gedwongen op plantages op Curaçao zelf te werken. Het leven op plantages en de handel op Curaçao bleken echter niet eenvoudig. Pas aan het eind van de 17e eeuw kwam de opbloei van de stad op gang. Die leidde onder meer tot een uitbreiding Willemstad aan het eind van de 17e of in het begin van de 18e eeuw. Hierbij werden onder meer het binnenwater tussen het fort en de nederzetting gedempt en het rechthoekige, iets uitwaaierende stratenpatroon uitgebreid. In het aldus ontstane stadsgebied kwamen vele bedrijven, woningen en voorzieningen tot stand, waaronder – rond 1730 – ook de oudste nog bestaande synagoge in de Nieuwe Wereld.
De bebouwing van het oudste deel van de stad – van Punda – had aanvankelijk een 17e-eeuws, Hollands karakter, met haaks op de straat gebouwde, smalle huizen met meerdere bouwlagen. Dit deel van de stad maakt een geplande indruk. Hierna volgde een periode waarin invloeden van de Barok herkenbaar zijn. In de loop van de 18e en 19e eeuw ging een ‘tropisch neoclassicisme’ een grote rol spelen en vond steeds meer aansluiting plaats bij de in die gebieden gangbare bouw, die vooral wortelde in Zuid-Europa. Zo werden soms vóór de toenmalige rooilijn galerijen, zuilengangen, portico’s en (overdekte) balkons geconstrueerd. De bebouwing mocht, vanwege het felle licht, sinds 1817niet wit meer zijn en de gevels werden vervolgens in vele verschillende zachte en harde tinten gesausd.