Stuur deze pagina door naar
een vriend of vriendin.
Sluiten
  Je naam:
  Je E-mailadres:
  Naam ontvanger:
  E-mail onvanger:
   
 
Home | Contact | EDUCATIE* | Veel gestelde vragen | Sitemap | Disclaimer |This page in English
De Stelling paraat 1914-1918

Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in augustus 1914 hield de Nederlandse regering nauwgezet vast aan de neutraliteitspolitiek, een beleid dat al sinds het midden van de 19de eeuw werd aangehouden. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd en naast andere linies en stellingen werd ook de Stelling van Amsterdam bezet. Het in verdedigbare staat brengen van de 135 km lange Stelling was een omvangrijke operatie die volgens een vooraf vastgesteld plan in hoog tempo moest worden uitgevoerd. Het moment leek dichterbij te komen dat de Stelling op zijn kracht zou moeten worden beproefd.

In de eerste dagen waren gemobiliseerde militairen met behulp van burgerwerkkrachten hard bezig met het in verdedigbare staat brengen van de forten, zoals het inrichten van voorposten en het gedeeltelijk opruimen van bomen en heggen in het voorterrein, die het uitzicht van de forten belemmerden. Inundatiepersoneel bereidde intussen de onderwaterzettingen voor; pas bij dreiging van een daadwerkelijk beleg zouden deze ook worden uitgevoerd.

Hoewel Nederland buiten de eerste wereldoorlog bleef, leidde het verloop van de strijd in België en Frankrijk - vooral de snelle inname van de forten bij Antwerpen - tot nieuwe inzichten omtrent de bestaande verdedigingswerken. De forten werden binnen de nieuwe oorlogvoering als verouderd beschouwd. De militaire aandacht werd hierna meer gericht op de verdediging van de grenzen door het veldleger. Toch bleven grote delen van de Stelling tot november 1918 in staat van verdediging.

Fort bij Nigtevecht 1915, de aangetreden wacht in de middelste gang (centrale poterne).

Een verblijf van enkele maanden tot twee jaar in de kleine geïsoleerde gemeenschap op het fort was niet bepaald boeiend. Wachtlopen, wapenonderhoud, oefeningen van tijd tot tijd, aanleg van loopgraven of een enkel kort verlof konden daarin niet veel veranderen. Er was doorgaans op het fort weinig vermaak in de vrije uren te vinden, meestal werd er gekaart. Wel ontstonden er in de forten hobbyclubs of werden er toneel- en muziekgroepjes gevormd. Ook kon men taalcursussen volgen. Dergelijke cursussen hadden meer het karakter van verzamelen van kennis dan van echte scholing. Kortom de grootste vijand van het fort was de verveling.