
Ontruiming
Ontruiming bij Koninklijk Besluit
In 1859 verordonneerde Koning Willem III dat Schokland om veiligheidsredenen ontruimd moest worden. Dit betekende dat zo'n 635 'Schokkers" aan land moesten gaan. Het eiland werd na die tijd nog slechts bewoond door de vuurtorenwachter en zijn gezin en enkele anderen.
De overwegend houten woningen werden vrijwel allemaal gesloopt, net als de R.-k. kerk van Emmeloord (1842). Het Hervormde kerkje in Ens (1834) met de aangebouwde pastorie en een paar woningen in Emmeloord bleven gespaard, evenals de woning van de lichtwachter (1806/1822). De regering gaf het eiland namelijk niet prijs aan de krachten van de natuur. Het is via het intact gehouden haventje van Emmeloord nog vele jaren benut als marktplaats voor vissers en vishandelaren.