Zuivere vierkanten
De droogmakerij werd ingedeeld in een raster van vierkanten; volgens theoretische opvattingen van de Antieken en in de Hollandse Renaissance was zo'n schaakbordpatroon een volledig harmonieus geheel. Symmetrie werd zeker in de Gouden Eeuw gezien als de absolute perfectie. Dat zien we ook terug in De Beemster. Wegen en waterlopen staan haaks op elkaar en wisselen elkaar af in een ritme van 930 m tussenruimte. De inrichters van de droogmakerij brachten een verdere verdeling van de grote vierkanten in (idealiter vijf) langwerpige deelkavels tot stand. Deze konden door akkerbouwers en veehouders gepacht worden. De kavels in de kern van De Beemster waren 185 meter breed en 930 meter lang. Alleen daar waar de nieuwe polder aan het oude land grensde werd van deze module afgeweken, maar de regelmatigheid van de toegepaste landinrichting was er dan niet minder om.
Stolpboerderijen
De droogmaking vond plaats in een periode van economische hoogtij, de zogenoemde Hollandse Gouden Eeuw. In die tijd kwamen talrijke boerderijen in de polder tot stand, waarvan een groot deel in de voor de streek karakteristieke stolpvorm: vrijwel vierkant, met (vrijwel) alle functies onder één piramidevormig dak. Kooplieden en patriciërs richtten daarnaast buitenhuizen in de polder in, gebouwd volgens de toen heersende Renaissanceopvattingen: huizen met ritmisch ingedeelde gevels naar stedelijk voorbeeld en symmetrisch geordende tuinen. De meeste buitenhuizen zijn in het zuidoostelijk deel van de polder gebouwd. Daar is nu weinig meer van over, want tijdens perioden van mindere voorspoed in de 18e en 19e eeuw sneuvelden de buitens. In hun plaats verschenen meer (stolp)boerderijen. Opvallend is dat meerdere hiervan een enigszins stedelijk uiterlijk kregen dankzij een stenen klok- of trapgevel. Een aanzienlijk aantal van deze boerderijen en andere historische bouwwerken is aangewezen als rijksmonument.